GPS metingen

Leica GPS1200Het Global Positioning System (GPS) is de commer-ciële naam voor een wereldwijd satellietplaats-bepalingssysteem dat sinds 1967 werd ontwikkeld voor gebruik door de Amerikaanse strijdkrachten. Officieel heet het systeem nog steeds NAVigation Satellite Time And Ranging of NAVSTAR. Met GPS werd het voor het eerst mogelijk om vrijwel overal continu te kunnen navigeren en ook nu nog is het het enige volledig operationele satellietplaatsbepaling-systeem.

 

Het aantal toepassingen is sinds de ingebruikname (vrij gegeven door president Reagan in 1983) enorm toegenomen. Aanvankelijk waren de gebruikers vooral in de militaire hoek, de geodesie en de scheepvaart te vinden. Hoewel het aantal gebruikers daar ook is toegenomen, valt dit tegenwoordig in het niet bij het aantal auto's en mobiele telefoons die met GPS zijn uitgerust. Het belang van GPS is dusdanig gegroeid dat de Europese Unie besloten heeft zijn eigen systeem  -Galileo-  te lanceren, om zodoende niet afhankelijk te zijn van de Verenigde Staten.

Meten met GPS

Door middel van meten met een GPS apparaat van bijvoorbeeld Leica kan een nauwkeurigheid behaald worden van 2-3cm in X-Y richting en 5cm in Z-richting. Hierbij is het van belang dat de meter het apparaat (zgn. Leica rover) zo horizontaal en stil mogelijk houdt alvorens te meten. Hiermee wordt de nauwkeurigheid dus tevens afhankelijk van diegene die het apparaat bedient. Daarnaast is het voor het te ontvangen GPS-signaal van belang dat belemmeringen zoals hoge gebouwen en bladerdaken tot een minimum worden beperkt.

terug naar hoofdmenu meettechnieken.