GPS metingen

GPS instrumenten gebruiken we om de positie van bepaalde punten vast te leggen ten opzichte van de aarde. We noemen dit ook wel "het bekend maken van punten". GPS stelt ons in staat om punten in te meten of om een bepaalde meting in het RD-stelsel te plaatsen.

Geschiedenis GPS

Het Global Positioning System (GPS) is de commerciële naam voor een wereldwijd satelliet plaatsbepalingssysteem dat sinds 1967 werd ontwikkeld voor gebruik door de Amerikaanse strijdkrachten. Officieel heet het systeem nog steeds NAVigation Satellite Time And Ranging of NAVSTAR. Met GPS werd het voor het eerst mogelijk om vrijwel overal continu te kunnen navigeren en ook nu nog is het het enige volledig operationele satellietplaatsbepaling-systeem.

Het aantal toepassingen is sinds de ingebruikname enorm toegenomen. Aanvankelijk waren de gebruikers vooral in de militaire hoek, de geodesie en de scheepvaart te vinden. Hoewel het aantal gebruikers daar ook is toegenomen, valt dit tegenwoordig in het niet bij het aantal auto's en mobiele telefoons die met GPS zijn uitgerust. Het belang van GPS is dusdanig gegroeid dat de Europese Unie besloten heeft zijn eigen systeem  -Galileo-  te lanceren, om zodoende niet afhankelijk te zijn van de Verenigde Staten.

Inmeten van bouwwerken met GPS

We gebruiken GPS zelden voor het inmeten van gebouwen en andere objecten. Hiervoor is de GPS niet nauwkeurig genoeg. Daarnaast is de ontvangst van het GPS-systeem erg afhankelijk van locatie en omgeving van het pand. Zelf het moment op de dag waarop de meting wordt uitgevoerd heeft invloed op de nauwkeurigheid. In Nederland is het bijvoorbeeld zo dat we 's morgens de meeste satellieten aan de hemel hebben staan. De GPS-schotel krijgt hierdoor meer verschillende data binnen waardoor hij de positie beter kan bepalen dan wanneer hij minder satellieten kan zien.

Binnen gebouwen kan GPS niet meten

Omdat een GPS-toestel zicht moet hebben op satellieten kunnen de metingen alleen maar buiten plaatsvinden. Het is dus niet mogelijk om de binnenzijde van gebouwen hiermee in te meten. Er bestaan echter wel kunstmatige satellieten die plaatselijk in een ruimte of op een terrein geplaatst kunnen worden. Hierdoor creëert men dus eigenlijk een eigen stelsel met locatie satellieten die gevonden worden door speciale ontvangers.

Plaatsing van een meting in het RD-stelsel

Waar gebruiken we de GPS dan voor? Bij het inmeten van gebouwen gebruiken we GPS metingen eigenlijk alleen maar om de gemaakte meting een plaats te geven op de aarde. We plaatsen metingen in bekende coördinatenstelsels zoals het Rijksdriehoekstelsel (RD-stelsel) of het Belgische stelsel; het Lambert-stelsel. Wanneer we gebouwen inmeten met laserscanners spelen nog twee meettechieken een belangrijke rol naast het scansysteem zelf. We maken in veel gevallen een grondslag met total station. Dat is een netwerk van nauwkeurige vaste meetpunten. Dat netwerk is als het ware de kapstok waaraan de scans worden opgehangen. Dit draagt bij aan het betrouwbaar maken van de meetdata.

Met de totale station meten we ook een aantal vaste punten die vooraf bekend zijn gemaakt met GPS. Meestal hebben we vooraf een aantal asfaltnagels in de straat geslagen. Het midden van deze nagels zijn bekendgemaakt (oftewel; ingemeten) met de total station. Hierdoor is er een relatie gemaakt tussen de scans, de total station meting (de grondslag) en de GPS punten. De hele meting heeft hierdoor een plaats op de aarde gekregen.

GPS metingen

Met behulp van GPS metingen kunnen we andere metingen de juiste plek op aarde geven.

Inmeten van terreinen met GPS

GPS kan wel gebruikt worden voor het inmeten van terreinen. Echter wel alleen maar wanneer er geen hoge eisen worden gesteld aan de nauwkeurigheid van de meetpunten. Lees meer over het inmeten van terreinen op de pagina 3d inmeten terrein dtm meting.

Nauwkeurigheid GPS metingen

Door middel van meten met een GPS apparaat van bijvoorbeeld Leica kan een nauwkeurigheid behaald worden van 2-3cm in X-Y richting en 5cm in Z-richting. Hierbij is het van belang dat de meter het apparaat (zgn. Leica rover) zo horizontaal en stil mogelijk houdt alvorens te meten. Hiermee wordt de nauwkeurigheid dus tevens afhankelijk van diegene die het apparaat bedient. Daarnaast is het voor het te ontvangen GPS-signaal van belang dat belemmeringen zoals hoge gebouwen en bladerdaken tot een minimum worden beperkt.